Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Uit de comfortzone!

Abraxas, woensdag 23 januari 2019, De Singer, Rijkevorsel

Begin jaren 90 begon John Zorn zijn Masada-project, eerst met een eigen kwartet met, naast hemzelf op altsax, Dave Douglas op trompet, Greg Cohen op bas en Joey Baron op drums. Gaandeweg gingen ook anderen met het muzikale materiaal aan de haal. Het leidde ertoe dat het tweede Masada-corpus, dat bekend werd onder de naam 'Book Of Angels' door een grote diversiteit aan artiesten werd uitgevoerd, van bijna klassiek - bijvoorbeeld het Masada String Trio - tot meer rock-georiënteerd, waar Electric Masada een voorbeeld van is. Hetzelfde geldt voor het laatste en derde boek dat vorig jaar het licht zag: 'Book Of Beri’ah'.

Abraxas, opgericht door Shanir Ezra Blumenkranz is een van die groepen die het op zich nam dit werk uit te voeren. Zij namen nr. 19 op van 'Book Of Angels' en nr. 5 van 'The Book Of Beri’ah' en nu staan ze in De Singer voor een spetterend liveoptreden. Blumenkranz deed Zorn ooit het idee aan de hand van een band gebaseerd op noise, vanuit de gedachte dat overweldigende muziek iets meditatiefs over zich heeft; het sleept de luisteraar mee in een draaikolk van klanken waarin nadenken niet langer mogelijk is. Om dit te bereiken nam Blumenkranz twee gitaristen op in zijn band: Eyal Maoz en Aram Bajakian, die beiden naast hun gitaren een kist vol effectpedalen aanslepen, en een meedogenloze drummer: Kenny Grohowski. Blumenkranz zelf verruilde zijn bas voor een gimbri. Ook een soort bas, maar dan afkomstig uit de Sahellanden.

We worden gewaarschuwd voordat het kwartet met 'Din' losgaat en dat is niet geheel ten onrechte, want vanaf de eerste maat belanden we in een zinderende draaikolk. En al snel openbaart zich de rolverdeling. Maoz en Bajakian zorgen voor de solo's: ruig, overstuurd, maar zeer gloedvol en vol aparte effecten door middel van de extra elektronica. Grohowski en Blumenkranz zorgen voor de ondergrond. Meeslepende en krachtige ritmes, waarbij vooral Grohowski er stevig ingaat. Blumenkranz horen we zo nu en dan ook soleren op dit prachtige instrument met zijn warme, ietwat droge klank, bijvoorbeeld in 'Bittul'. Hier klinkt hij melodisch, ritmisch, het tempo steeds verder opzwepend tot de twee gitaristen erbij komen en elkaar afwisselen met broeierige solo's. Als Blumenkranz dan de melodie weer terugpakt, geflankeerd door Grohowski, gebeurt dat zeer ingetogen en wiegend. Samenwerken doen de twee ook in 'Maspiel', waarin ze om het ritme heen draaien tot Maoz' gitaar de melodie naar binnen brengt. Dit is ook het nummer waarin Grohowski mag soleren, een niet te stuiten onweersbui, soms onderbroken door bliksemflitsen van zijn collega's.

Aan het begin van de tweede set legt Blumenkranz nog eens uit waar die herrie voor dient: hij wil ons uit onze comfortzone halen! Welnu, dat lukt hem prima. In 'Kavannot' kan er zelfs nog een tandje bij, resulterend in een ondoordringbare geluidsmuur en in 'Pagam' is het wederom Grohowski die met zijn slagwerk weet te overrompelen, al laten zijn medemusici zich ook hier niet onbetuigd. Gekruide geluidsexplosies onderbreken zijn spel op regelmatige basis. Rustig is het nog even aan het begin van 'Qiyyum', maar dan davert de trein onafwendbaar naar het einde.

Concertfoto's: Jef Vandebroek

Labels: ,

(Ben Taffijn, 3.2.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Door de wringer en in de centrifuge

Baas Van Gelder & Downes, 23 januari 2019, Brouwerij Martinus, Groningen

Kit Downes (32), pianist uit Londen, was een nieuwe naam voor mij. Niet voor altsaxofonist Ben van Gelder, die vertelde dat hij al op zijn negentiende op Downes was gestuit, een jaar of elf geleden dus. Downes deelde het podium met niet de minsten: Joe Locke, Gerard Presencer, Seb Rochford, Iain Bellamy. Hoe dan ook, in een uitpuilend Martinus konden we vaststellen dat de Engelsman zich niet bepaald beperkt tot één stijlopvatting of geloofsovertuiging. Met een zestal composities, van eigen hand of van Ornette Coleman, opende hij solo de avond.

Gelijk in het eerste stuk, zijn eigen 'Pinwheel', onthaalde hij ons op een smakelijke collage-stew van bopharmonieën, een geval van George Shearing meets Keith Jarrett. Grotere brokken kregen we voor onze kiezen in de daaropvolgende 'Mob Job' (van Coleman). Meer energie, ook. In 'Ashani' (als ik zijn handschrift goed heb ontcijferd) viel Downes' geraffineerde pedaalgebruik op. Hier was de pianist spaarzaam en introvert. Alsof het 'Requiem' van Lennie Tristano door de centrifuge en de wringer was gehaald - of omgekeerd, natuurlijk. Elders gaf Downes je de sensatie van de allereerste keer in de Octopus - maar dan zonder de bijbehorende kots.

Nog spannender werd het toen gitarist Reinier Baas zich naast de piano zette. Innig versmolten gloeide het duo als een dovend vuurtje - maar dan achterstevoren. Kwestie van negatieve entropie of zoiets. En voordat we het in de gaten hebben betreden we daarmee het domein van de imaginaire getallen, waar het uitkijken geblazen is.

In duo met Van Gelder demonstreerde Baas alle tot dusver bekende technieken en stijlen van de jazzgitaar. De dynamische contrasten waren groot. Op een gegeven moment leek Reinier zelfs te citeren uit het uit de vijftiende eeuw stammende Handtboeck der Spaensche Guitarre en dan driemaal versneld. Tussen neus en lippen door schoof het tweetal ook nog even nonchalant een klassiek klinkende ballad tussen de geluidsweefsels. En dan allemaal heel bescheiden, doorgaans. De elektrische gitaar overschreeuwde de onversterkte altsax eigenlijk nergens. Of het moest zijn toen Baas een soort staande golf in de concertruimte genereerde.

In de sound van de ogen- en orenschijnlijk flegmatieke Ben van Gelder zit altijd een soort juichkreet verborgen. Listig gecamoufleerd met zuivere (in de zin van pure) noten. Soms zijn zijn solo's opgetrokken uit verrassende permutaties van noten en frasen. Bij dit alles was opvallend hoeveel ruimte de muzikanten elkaar gunden.

De bezoekers verlieten de Brouwerij in een euforische stemming. Niemand die in de sneeuw uitglibberde.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 30.1.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Dichte mist in gedoemde (?) Cantina

Nebula & Austeja Zvirblyte, zaterdag 19 januari 2019, Atelier Il Sole in Cantina, Groningen

Eerst het goede nieuws dan maar. Het optreden van de groep Nebula trok zaterdagnacht een volle bak in Atelier Il Sole in Cantina. Nu is een volle bak in de Cantina snel gepiept: met een mannetje of veertig is het dringen geblazen in het souterrain. En wie dus dacht dat de band wel op tijd zou beginnen, zo'n half uur, drie kwartier na de aanvangstijd, stuitte op een stugge muur van winterjacks en hoofden.

Volledige improvisatie, dat is het uitgangspunt van Nebula. Zo waarden we rond in soundscapes van wisselende dichtheid en textuur. Soms had het wel iets van een clubje lammen die met een delegatie blinden rondtastten in een dichte mist bij min zeven. Het kon er stevig tekeergaan, maar even zo vaak gingen de stormen weer liggen. Dan ontspande een nummer zodanig dat het bijna knapte.

Daarbij viel de instrumentale aanpak van vocaliste Austeja Zvirblyte op. De repeterende frasen van de gastvocaliste bleken uitstekend te mengen met het gitaarwerk van Stanimir Lambov. Austeja was dan niet zozeer een toevoeging aan het trio (met rietblazer Yasar Kan en drummer Aleksandar Skoric), als wel een volledig geïntegreerd lid van Nebula.

Het slechte nieuws is dat de Cantina wel eens op haar laatste benen zou kunnen lopen. Aan de horizon doemt namelijk een nieuwe eigenaar van het pand op. Tot mei voeren de Groninger Sicilianen onder Leonardo Grimaudo nog de regie, daarna is het beeld zwart. Je zou kunnen aanvoeren dat de ruimte ongeschikt is voor bewoning en evenmin erg aantrekkelijk als opslagkelder. Ja, een rijtje weckflessen, dat zou nog net kunnen. En die zeventiende-eeuwse plavuizenvloer, kan die niet op de monumentenlijst? Voor gesprekken met de gemeente en het conservatorium lijken de komende weken mij uitstekend geschikt.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 26.1.19) - [print] - [naar boven]



Concert
De inauguratie van een echte Steinway!

Feestelijke Steinway Estafettemiddag, zondag 13 januari 2019, Paradox, Tilburg

Sinds 1998 droomt pianist Jeroen van Vliet van een echte Steinway in het Tilburgse jazzpodium Paradox. Op een zeer gedenkwaardige, mooie, ontroerende en regenachtige zondagmiddag gaat deze langgekoesterde wens eindelijk in vervulling. De oude vleugel was overigens wel aan vervanging toe. Vlak voor het jaar waarin het jazzpodium zijn 40-jarig jubileum gaat vieren is door een succesvol verlopen crowdfundingproject het benodigde bedrag ruimschoots binnengehaald. Muzikanten, publiek en vrijwilligers hebben hiervoor de handen ineengeslagen. Binnen no time heeft een kleine 300 donaties ervoor gezorgd dat een amper 5 jaar oude Steinway B-211 concertvleugel kon worden geplaatst. De piano ontleent haar naam aan de lengte (211 centimeter) en bestaat uit zo'n 12.000 verschillende onderdelen en bijna 250 snaren. Elke Steinway-piano is met veel toewijding geproduceerd en heeft een individueel, eigen geluid. Ieder stuk hout zorgt voor een unieke trilling; het zeer genuanceerde klankbeeld wordt dan ook door professionals geroemd. De oude Yahama-vleugel, waar gelauwerde pianisten de toetsen van hebben beroerd, verdwijnt niet. Deze vleugel zal in de nabije toekomst dienst blijven doen op de bovenverdieping van Paradox. Deze verdieping gaat onderdak bieden aan de muzikale broedplaats, waar talenten zich kunnnen ontwikkelen en professionals worden ondersteund in hun creatieve proces. Het mes snijdt zogezegd aan twee kanten.

In een volledig uitverkocht Paradox, met een zeer opgetogen publiek, laat (klassiek) pianist Hanneke van Overbeek eerst het verschil tussen de oude en de nieuwe vleugel horen, om zich daarna te laten omringen door een violist en een cellist. Na het het optreden van Draai om je oren-oprichter Erno Mijland, die een aantal jazzy gedichten voorleest uit zijn gedichtenbundel 'Een olifant sla je niet dood tegen de muur', wordt de middag ook muzikaal een doorslaand succes.

Wolfert Brederode, Martin Fondse, Harmen Fraanje, Rembrandt Frerichs en Jeroen van Vliet nemen in een daverende estafette steeds het stokje van elkaar over. Aangevuld met prominenten uit de jazzscene - trompettist Erik Vloeimans, altsaxofonist Paul van Kemenade, altviolist Oene van Geel, contrabassist Eric van der Westen en zangeres Sanne Rambags - worden 10 duostukken als een aaneengeregen spektakelstuk over het voetlicht gebracht. Zwaar aangezet, rafelig, teder en twinkelend worden de 88 pianotoetsen liefdevol en majestueus bediend. Vaak lyrisch, soms mysterieus en bij vlagen ritmisch. In volledige harmonie met Vloeimans rijke trompetgeluid, Van Kemenades bluesy altsax, Van der Westens warme basklanken, Van Geels zingende viool en Rambags volleerde stemkunsten vliegt deze estafette als een zinderende en muzikale sneltrein voorbij. Na de duostukken treden alle muzikanten nog eenmaal gezamenlijk op. De compositie van Jeroen van Vliet vormt een weergaloze apotheose. Met quatre-mains op de oude en de nieuwe vleugel, Martin Fondse op harmonium en Oene van Geel op percussie, gecompleteerd met zang en blazers. Gedenkwaardig, feestelijk en historisch.

In de nabije toekomst zullen klaviertijgers die lyriek omarmen, expressionisten, onvoorspelbare improvisatoren of percussief ingesteld pianisten hun proeve der bekwaamheid afleggen in Paradox. Allen onlosmakelijk verbonden met de sprankelende klankwereld van de Steinway. We kijken er reikhalzend naar uit!

Klik hier voor foto's van deze middag door Louis Obbens.

Labels: , ,

(Louis Obbens, 19.1.19) - [print] - [naar boven]



Concert
Tegendraads zeilen naar de zon

Boundless Trio, donderdag 13 januari 2019, Citadelic, S.M.A.K., Gent

Samen met mijn gezellen Patrick en Chris
maak ik deze wonderbare reis.
Tegendraads
scherp aan de wind
zeilen we naar de zon.
En onverhoeds,
verschijnt een regenboog en een
palet van kleuren,
terwijl duizend klankflarden
de hemel vullen
met nieuwe geluiden, tekens
en eeuwige gebaren.


Woorden van schilder, beeldhouwer en bassist Paul Van Gysegem bij 'Boundless', het album dat deze Vlaamse pionier van de vrije muziek in 2017 uitbracht met collega's Patrick De Groote (trompet, bugel) en Chris Joris (drums, percussie). Het is meteen ook een mooie samenvatting van de opmerkelijke synergie die plaatsvond; eentje die, net als bij andere bezettingen die steek houden, actie en reactie in evenwicht houdt, zowel zinspeelt op een creatieve daad (de muzikanten maken de reis, en ze doen dat bewust), als op de rijkdom die zich gaandeweg aan hen openbaart en betekenis krijgt. Er leken een paar afspraken te zijn, maar dat ging dan meer over wie zou starten met wie, en op welk instrument, dan over een stilistische koers of een opgelegde structuur. De vrijheid regeerde.

De eerste improvisatie, meteen goed voor een kloeke twintig minuten (terwijl de stukken op het album varieerden tussen drie en acht minuten) eindigde zoals ze startte: met de gestreken bas van Van Gysegem. Die kreeg al snel gezelschap van De Groote, die vaak gebruik maakte van dempers, wat zijn insteek een intieme, lyrische flair gaf. Hier geen bruut geklieder, maar een meer genuanceerd beeld, waarin soms wel kwieke spurtjes of abrupte wendingen opdoken. Het is ook altijd even wachten hoe de akoestiek van een ruimte reageert op de muziek, maar daar werd verstandig op ingespeeld, ook door Joris, die zich aanvankelijk vooral focuste op de cimbalen en die langzaam liet zinderen door de ruimte. Het werd een muzikaal gesprek met Van Gysegem als voortrekker, waarin soms verrassende harmonieën opdoken, terwijl Joris beweeglijk door en rond de interactie borstelde.

Dat je te maken had met ervaren muzikanten bleek ook uit het geduld dat tentoongespreid werd. Hier geen drang om te epateren, de luisteraar te bedelven onder een onophoudelijke stroom van ideeën. Integendeel: Joris ging af en toe eens op wandel en De Groote zette een stap opzij. Dat gaf de muziek regelmatig een soberheid, bijna op het ascetische af, die van het concert een soort van ritueel maakte, zeker wanneer Joris die statigheid ook liet horen via een stel schaaltjes of drumwerk dat de interactie van (en met) zijn kompanen op een elegant verhoogje plaatste.

En zo slalomde het trio van ingetogen, haast etherische momenten (zeker wanneer De Groote de zachtere bugel bespeelde), naar woeliger zones met ruwere, expressieve vegen, een grillige potten- en pannensound of een mooie wending, zoals toen Joris een dialoog aanging met Van Gysegem op een Afrikaanse handtrom. De bassist hanteerde zijn instrument als klankkast, waardoor het een percussieduet was tot de terugkeer van De Groote.

Ook hier geen exacte wetenschap en geen hoogtechnologische acrobatie, maar interactie van mensen met een eigen temperament die in het onbekende duiken ('boundless', inderdaad), zich bewust van de risico's, maar ook van de momenten vol verrassingen en die 'regenboog' waar Van Gysegem het over had, die meer dan eens een halve cirkel van minstens zeven kleuren door de ruimte trok. Een mooie start van het concertvoorjaar.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels: ,

(Guy Peters, 12.1.19) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




Brad Mehldau
Winnaar Edison Oeuvre Jazz Prijs 2026
Klik hier voor een interview in de
Volkskrant | Foto: Louis Obbens










Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.