Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd
Herb Geller/Roberto Magris -
'Come Lately'

JMood, 2026 | Opname: herfst 2009

Omdat het Amerikaanse label JMood Records uit Kansas City dit jaar zijn twintigste verjaardag viert, bracht het vijf albums van de Italiaanse pianist, componist en arrangeur Roberto Magris tegelijk op de markt. Waarom van Magris? Hij is al jaren musical director van het label en als muzikant maakte hij er in 2006 zijn eerste opnamen voor. 'Come Lately' is het derde album in de reeks. Net als het vorige, 'Live In Hollywood 2006', is het een livealbum. Magris nam het tijdens een Europese tournee in de herfst van 2009 op in co-leiderschap met altsaxofonist Herb Geller (1928-2013). Geller was toen 81. De ritmesectie bestaat uit bassist Nikola Matosic en drummer Enzo Carpentieri.

Geller groeide op in een muzikale familie in Los Angeles. In 1949 trok hij naar New York, waar hij werkte met bigbands zoals die van Claude Thornhill. Na zijn terugkeer naar de Amerikaanse westkust in 1953 speelde en nam hij op met groten als Chet Baker, Quincy Jones, Maynard Ferguson en Shorty Rogers. Kort nadat zijn vrouw plotseling overleed in 1958 verhuisde hij naar Europa. Via Parijs belandde hij in 1962 in Duitsland, waar hij een succesvolle decennialange carrière uitbouwde in een jazzorkest en een bigband. In 2003 ontmoette hij Roberto Magris. Die had in 1998 het Europlane Orchestra opgerichtc, waarin naast Europese topmuzikanten ook gastmuzikanten speelden. Magris nodigde Geller uit om eenmalig mee te spelen en zo ontstond het album 'Il Bello Del Jazz', dat nog hetzelfde jaar verscheen op het Italiaanse Soul Note-label. Daarna hielden Magris en Geller contact. In de periode 2008-2009 werkten ze opnieuw samen en toerden ze door Europa. Opnamen van die tournee verschenen onder de titel 'An Evening With Herb Geller & The Roberto Magris Trio' in 2014 bij JMood Records. De muziek op 'Come Lately' bevat niet eerder uitgebrachte opnamen van dezelfde tournee.

De Sloveense contrabassist Nikola Matosic (1978) begon zijn carrière als autodidact, maar verfijnde zijn vaardigheden via verschillende masterclasses, seminars en privélessen. Hij genoot ook een klassieke muziekopleiding. De Italiaanse drummer Enzo Carpentieri (1959-2021), ten slotte, stond in de jazzwereld bekend om zijn ritmische veelzijdigheid en om zijn samenwerkingen met diverse internationale artiesten binnen de avant-garde en moderne jazz.

Het kwartet speelt acht composities, waaronder standards van Frank Loesser, Billy Strayhorn, Cole Porter, Shapiro & Lawrence en Benny Carter. 'Key Largo' is van Geller, 'Pretty Woman' van Broadway-tekstschrijver en -componist Stephen Sondheim, en '9:20 Special' van saxofonist en zanger Earle Warren, die vooral grote bekendheid genoot als de vaste eerste altsaxofonist van het legendarische Count Basie Orchestra.

Op 'If I Were A Bell', de openingstrack van het album, valt Gellers specifieke saxgeluid meteen op tijdens het spelen van het thema en in zijn daaropvolgende solo. Na hem zet Magris een swingende solo neer, waarna Matosic en Carpentieri het rijtje vervolledigen. De sfeer zit er meteen goed in met deze opgewekte tune en wordt voortgezet met een bijna 22 minuten durende medley van vier minder bekende Strayhorn-composities: 'Isfahan', 'Upper Manhattan Medical Group', 'Orson' en 'Johnny Come Lately'. Magris' pianospel is loepzuiver en transparant, en dat geldt ook voor Gellers lyrische saxpartijen. Meegenomen is dat de medley niet afgeraffeld wordt, maar dat alle vier de composities volledig gespeeld worden. 'Isfahan' klinkt smooth uit de sax van Geller en Magris zet een memorabele partij neer die recht doet aan de compositie. 'Upper Manhattan Medical Group' zet er vaart achter en swingt lekker ouderwets weg, terwijl de pianosolo van Magris om van te likkebaarden is. Geller zei ooit over hem dat hij van alle Europese pianisten het meest Amerikaans klinkt, en dat was voor alle duidelijkheid als compliment bedoeld. Jazz als kunstvorm ontstond niet voor niets in de Verenigde Staten.

Met 'Orson' komen we in rustiger en melancholischer vaarwater terecht. Gellers frasen klinken als liefkozingen, Magris' toetsaanslagen als aaien over de wang. Op 'Johnny Come Lately' bijten de muzikanten stevig van zich af, niet als wilde honden, maar als speelse puppies. Daarna is het de beurt aan de met bezieling gespeelde Cole Porter-ballad 'After You', een voortdenderende versie van 'A Handful Of Stars' van Shapiro & Lawrence en een van weemoed doordrenkte interpretatie van Benny Carters ballad 'Lonely Woman'. Herb Gellers eigen 'Key Largo' laat het bloed opnieuw sneller stromen, terwijl 'Pretty Women' van een eenvoudige schoonheid is. Afsluiter '9:20 Special' is opnieuw een 'stamper', die je doet inzien dat er eigenlijk niets mooiers en heerlijkers bestaat dan akoestische jazz, gespeeld zonder kapsones. 'Come Lately' is daarmee een album waar je alleen maar enthousiast van kunt worden. Meer moet dat niet zijn!

Tekst: Patrick Auwelaert | Deze recensie verscheen ook in Jazz&mo'

Labels: , , , ,

(Patrick Auwelaert, 28.10.26) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:




Brad Mehldau
Winnaar Edison Oeuvre Jazz Prijs 2026
Klik hier voor een interview in de
Volkskrant | Foto: Louis Obbens










Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.