|
Draai om je oren Jazz en meer - Weblog |
|
||
|
| |||
ConcertT4 met jazzy fusion Peter Tiehuis' T4, dinsdag 18 juni 2024, De Smederij, Groningen Toen George Harrison 'When My Guitar Gently Weeps' schreef, in 1968, had hij ongetwijfeld gitarist Peter Tiehuis en diens zangerige stijl voor ogen. Zij het dat Peter op dat moment elf was, amper twee jaar bezig op zijn eerste gitaar. Als we het over een vooruitziende blik hebben: dit was er eentje. Tiehuis' entree in de rock- en soulscene van zijn geboorteplaats Almelo wordt geëchood in de aanpak van zijn groep T5. In De Smederij is het gezelschap ingedikt tot T4: percussionist Martin Verdonk is er niet bij. Het gespeelde is een soort fusion, waarbij de balans eerder naar de jazz dan richting rock doorslaat. Ook geen smooth jazz, al schuurt de band daar tegenaan. Deze handel leeft meer. 'Look Behind The Mountains' is een compositie van toetsenspeler Karel Boehlee. Hier speelt het kwartet uitgesproken jazzy, met allianties van gitaar en keys en van gitaar en basgitaar (van Theo de Jong, een Jacoman). Die bas leidt een zorgeloos leventje, klinkt al even vocaal als de gitaar en heeft persoonlijke verhalen. In 'Three Planets', het eerste stuk na de pauze, valt het subtiele drummen van Jasper van Hulten op - die de hele avond de verrichtingen van zijn maten nauwgezet volgt. De compositie, een soort abstract soundscape, heeft wel iets van een schilderij dat uit louter losse toetsen bestaat. 'Three Planets' is verreweg het interessantste stuk van de avond. De muziek zit geramd - er is nog leven buiten het Metropole Orkest (waar Tiehuis al bijna dertig jaar deel van uitmaakt). Het publiek, voor een belangrijk deel van middelbare leeftijd, laaft zich intussen aan het jeugdsentiment, de fusionmuziek van Pink Floyd, Weather Report, Larry Carlton. Dat het recital als toegift 'Come Together' krijgt, is alleen maar logisch en wordt door de ouwetjes zeer op prijs gesteld. Foto: Diederik Idema Labels: concert, Jasper van Hulten, jun24, Karel Boehlee, Peter Tiehuis, Theo de Jong (Eddy Determeyer, 26.6.24) - [print]
- [naar boven] Na 'Looking Forward', dat ook op Igloo Records verscheen, gaat pianiste Eve Beuvens door met haar Scandinavische bandleden Mikael Godée (sopraansax), Magnus Bergstroem (bas) en Johan Birgenius (drums). We hebben de indruk dat de melodische lijnen toch een ander karakter krijgen: er zijn talloze verrassende wendingen, maar het geheel blijft vloeiend en gaat dikwijls een andere richting uit dan verwacht. Toch blijven de structuren en de composities duidelijk herkenbaar. Kortom: de schijf is een interessant luisteravontuur. Er is trouwens een mooi evenwicht in de plaat: vier werken zijn van Beuvens, vier van Godée, en één van Bergstroem. De vrij lyrische sopraan is continu netjes in evenwicht met de piano, en de soms gedurfde - maar altijd binnen mainstream grenzen gehouden - exploraties klinken dan ook energetisch en gedreven. De bassist weet het duo piano-sax mooi te ondersteunen en in te vullen. De drummer viel ons erg op door het subtiele, maar steeds zeer intense en gedreven werk. Geen gemakkelijke klus, zeker niet in de meer ingetogen nummers. Birgenius verstaat de kunst van het doseren en het less is more! 'Ingen Fara' is een Zweedse uitdrukking die 'maak je geen zorgen' betekent. Een houding die deze muzikanten probleemloos kunnen aannemen bij elke set! Deze recensie verscheen ook in Jazz&Mo' Labels: cd, Eve Beuvens, Johan Birgenius, Magnus Bergstroem, Mikael Godée (Marc Van de Walle, 25.6.24) - [print]
- [naar boven] Concert Dit was er eentje om naar uit te kijken. The Messthetics en James Brandon Lewis, het was al een zinderende match op papier én op hun recent verschenen album, maar de live-ervaring is zoveel meer. Verwachtingen zijn er om voor het licht te houden, binnenstebuiten te keren en fijn te malen. "Hij moet maar drie seconden blazen en ik voel dat hier", zegt een vriendin vlak na het concert, terwijl ze haar vingertoppen bij elkaar brengt en net boven haar middenrif neerzet. En vervolgens breed lacht. Het klopt. James Brandon Lewis heeft een sound – krachtig, duidelijk gearticuleerd, vurig, herkenbaar uit de duizenden – die ook van daar komt. Of hij nu speelt bij Dave Douglas, Alan Braufman, The Messthetics of zijn eigen bands (Trio, Quartet of Red Lily Quintet), je hoort altijd die door alles heen snijdende, majestueuze toon waarin jazztraditie, gospel, vrijheid en intens-persoonlijke exploratie samenkomen. Lewis spreekt met die sound. Het is natuurlijk wel andere muziek dan bij zijn eigen projecten. Het album van dit kwartet verscheen dan wel bij het legendarische Impulse!-label, maar is eigenlijk het product van een rockband - weliswaar met een jazzy inslag. Bassist Joe Lally en drummer Brendan Canty vormden ooit de ritmesectie van het iconische Fugazi. Gitarist Anthony Pirog is een snarengeselaar die al te horen viel op Lewis' 'No Filter' en 'An UnRuly Manifesto'. De songs en structuren zijn hier duidelijk en afgelijnd, daar wordt niet veel aan gemorreld. Maar tegelijkertijd lééft die muziek, is ze kneedbaar, kan ze van avond tot avond wijzigen. Speelde de band daags voordien al een prima concert in Doornroosje (Nijmegen), dan voelt het in Gent allemaal wat expressiever, vrijer en wilder aan. Met 'Emergence' en 'That Thang' in de kop van het concert wordt meteen ook de toon gezet. Dit is gedreven en hechte rock-'n-roll waar de gensters van af springen en Lewis' sax overheen gelegd wordt als een extra bommentapijt. En wat een match! Speelde het trio al een even creatief als vinnig potje instrumentale punk-met-een-hoek-af op 'The Messthetics' (2018) en 'Anthropocosmic Nest' (2019), dan is de komst van Lewis een geschenk dat extra soul, kleur en vrijheid oplevert. Een song als 'Railroad Tracks Home' benadert dan misschien nog het dichtst de jazz, met omwegen langs moerassig terrein waar solo's ongehinderd mogen pruttelen.
Na zo'n drie kwartier zit het 'albumluik' van het concert erop, maar het gezelschap blijft nog even pieken. 'Serpent Tongue' uit hun debuutplaat is een ziedende kopstoot met Lewis en Pirog als onbevreesde recon-soldaten, terwijl 'Fear Not', de afsluiter van Lewis' recente trioalbum 'Eye Of I' (2023), maximaal rendeert met minimale middelen. Een simpele melodie, een zware melancholie en dan die sirene van Lewis erover. Een vulkaan van geluid. Ook zo goed: hun soulvolle, tedere versie van Sonny Sharrocks 'Once Upon A Time'. Een laatste nieuw stuk knalt hondsdol uit de startblokken, maar herinnert je er ook weer aan dat de band vooral uitblinkt in songs met knoerten van melodieën. Achteraf benadrukt Lewis hoe graag hij speelt met deze band: "Man, dat volume en die rauwheid, dat is... UGH!' En hij grijnst met gebalde vuisten, wipt op-en-neer, nog altijd in een roes. Het is een concert dat klopt, een concert voor hoofd, hart en onderbuik, met een trio dat glansrijk transformeert in een kwartet, en Lewis die nog maar eens imponeert en zijn gestage opmars gewoon aanhoudt. Weinig muzikanten zijn dezer dagen zo actief en zo geïnspireerd, terwijl het 'jazz'-label er eigenlijk niet eens toe doet. Topband, topconcert. Foto's: Mario Pollé / Deze recensie verscheen ook op Enola.be Het James Brandon Lewis Trio staat op 11 juli op Gent Jazz. Labels: Anthony Pirog, Brendan Canty, concert, James Brandon Lewis, Joe Lally, mei24, The Messthetics (Guy Peters, 22.6.24) - [print]
- [naar boven] Wie bij de titels 'Standards' en 'Standards II' beide albums van de Amerikaanse pianist Noah Haidu, direct aan zijn illustere voorganger Keith Jarrett denkt, zit op het goede spoor. Het zijn die iconische albums uit 1983 en 1985 die Haidu zonder meer hiertoe brachten. Het uit 2021 stammende 'Slowly: Song For Keith Jarrett' vormde hier al de opmaat toe. Maakte Jarrett beide albums met diezelfde bezetting waar hij al zijn trioalbums mee maakte - bassist Gary Peacock en drummer Jack DeJohnette, Haidu kiest voor variatie. Op het eerste album horen we afwisselend de bassisten Buster Williams en Peter Washington, naast drummer Lewis Nash, en op het andere album speelt Haidu samen met bassist Williams en drummer Billy Hart, de bezetting waar hij overigens ook dat 'Slowly' mee maakte. Opvallend is verder - en daarin wijkt Haidu af van Jarrett - dat we op het eerste album ook nog altsaxofonist Steve Wilson in een aantal stukken horen. Standards dus, maar niet dezelfde die Jarrett op die twee albums speelde, ook daarin kiest Haidu zijn eigen pad. Maar standards zijn het, de jazzliefhebber kent ze allemaal, te beginnen met het uit 1938 stammende 'Old Folks' van Willard Robison. Een prachtige ballade waarin Haidu met minimale middelen de melodie neerzet, op een perfecte groove van Williams en Nash. Jule Styne's 'Just In Time' is een stuk dynamischer, een stuk dat met name opvalt door de krachtige bijdragen van Nash, naast puntig spel van Haidu. Opvallend aan beide albums, maar vooral aan het eerste, is dat Haidu zich bij het spelen van die standards duidelijk beperkt tot de kern. Gesoleerd wordt er beduidend minder dan we binnen de jazz gewend zijn. Dat heeft als grote voordeel dat de structuur voorop staat en al die klassiekers ook perfect herkenbaar zijn, zeker in het spel van Haidu. Verder zijn de rustige stukken oververtegenwoordigd, een stijl waarin het spel van deze pianist overigens ook het beste tot zijn recht komt. Zoals hij de noten zorgvuldig afweegt en doseert in Jimmy van Heusens 'All The Way' is gewoon groots en prachtig hoe Williams en Nash hem hier naadloos in volgen. In 'Someday My Prince Will Come' horen we voor het eerst Washington op contrabas in een opvallend zangerige bijdrage. Gevolgd door de eerste bijdrage van Wilson in Arthur Schwartz' 'You And The Night And The Music'. In een felle saxsolo schieten de noten alle kanten op. Prachtige lyriek van Wilson ook in 'Ana Maria', een stuk van Wayne Shorter. Hoagy Carmichaels 'Skylark' is het enige stuk waarin we Haidu volledig solo horen. Groots zoals hij deze compositie hier vormgeeft.
Labels: Billy Hart, Buster Williams, cd, Lewis Nash, Noah Haidu, Peter Washington, Steve Wilson (Ben Taffijn, 18.6.24) - [print]
- [naar boven] Concert Een avondje in de gezellige Lokerse Jazzklub is altijd mooi meegenomen. Als enkele unieke parels van de Belgische jazz optreden, dan moeten we daar gewoon bij zijn. Zeg nu zelf: Robin Verheyen (tenor- en sopraansax), Bram De Looze (piano) en Nic Thys (bas), ze behoren tot de uitzonderlijke categorie van muzikanten die hun instrument perfect beheersen en verkennen in improvisatie. De instrumentatie leidt een eigen leven hierdoor. In een woord magisch klinkt het! Devin Gray op zijn beurt is een drummer die in het verlengde tekeer gaat als zijn Belgische kompanen. Onder Devin Gray Quartet - To The Point vertelt het gezelschap muzikaal twee uur lang een boeiend, spannend verhaal, zonder hun stem te verheffen. Hier staat de instrumentatie centraal. Net als in een meeslepende film wordt de spanning in uiteenlopende lagen opgedreven. Het klinkt soms intiem, ingetogen door een zwevende sax, die zachtjes botst tegen uiteenlopende pianolijntjes. Een warme contrabas met knetterende drumsalvo's drijven het tempo en de spanning op tot een ware climax. Het muzikale verhaal stopt niet, nee, het kabbelt als een kolkend beekje rustig verder, zonder dat de aandacht maar kan verslappen. Er is altijd wel iets nieuws of verrassends te ontdekken, De wisselende opbouw, het werken naar een climax toe en de improvisaties, het maakt het interessant. We kregen een twee uur lang (telkens een klein uur door een pauze tussenin) een boeiende, adembenemende, kleurrijke, filmische trip die de jazzgrens deed vervagen. Na een welgemeend, daverend applaus zetten ze hun instrumentaal vernuft, waarbij de fantasie werd geprikkeld door deze cinematografische aanpak, nog even verder. Muzikaal een open einde, sjiek en mooi, letterlijk een 'neverending story'. Tekst: Erik Van Damme Klik hier voor een fotoverslag van dit concert door Cees van de Ven. Deze recensie verscheen ook op Musiczine.net. Labels: Bram De Looze, concert, Devin Gray, jun24, Nic Thys, Robin Verheyen (Maarten van de Ven, 15.6.24) - [print]
- [naar boven] Van 5 juli tot en met 20 juli vindt in de heerlijke ambiance van de Bijloke-site voor de 22ste keer Gent Jazz weer plaats. Vorig jaar registreerde het festival ruim 40.000 bezoekers in 7 dagen. Dit jaar belooft nog groter en mooier te worden als je naar de line-up kijkt, die inmiddels bijna compleet is. De programmering is gebaseerd op jazz, zoals de naam van het festival al duidelijk maakt, maar is veel breder dan dat. Op de main stage in de grote tent staan grote namen, wereldsterren zoals Diana Krall, Jamie Cullum, Bill Frisell, Erik Truffaz, Brad Mehldau & Chris Potter, Joshua Redman, Lee Ritenour & Dave Gruisin, Rodrigo y Gabriela, Nile Rogers & Chic, Luz Casal en Patrick Bruel, om maar eens wat te noemen. Het is een slimme programmering waardoor het mogelijk wordt mooie keuzes te maken. Bovendien is de kracht van het festival de rust en gemoedelijke sfeer. Geen gehol van podium naar podium met een blokkenschema in de hand. Nee, hier is een main stage en een garden stage en dat is het. Makkelijk en erg rustgevend kan ik je verzekeren. Bovendien staan op de garden stage ook bijzonder aantrekkelijke muzikanten geprogrammeerd, zoals James Brandon Lewis, die onder andere door Sonny Rollins hogelijk gewaardeerd wordt. Voor mij ook veel onbekende namen. Maar let op: dit festival heeft een fijn neusje voor jong aanstormend talent. Het is al vaker gebeurd dat muzikanten die op de garden stage begonnen later met gemak hun debuut maakten op de main stage. Met een beetje medewerking van de weergoden belooft dit jaar een wederom prachtig festival te gaan worden. Kijk hier voor het volledige programma. Neem je tijd om in deze snoepwinkel iets van je gading uit te kiezen en koop een of meerdere tikets. Ik zal zelf namens Draai om je oren op 11 en 14 juli aanwezig zijn op Gent Jazz en er verslag van doen. Foto: Cees van de Ven (Johan Pape, 13.6.24) - [print]
- [naar boven] De mondharmonica, in het geval van Hermine Deurloo een chromatische, met een wat afwisselendere klank, is een zeldzaamheid binnen de jazz. Hier te lande moeten we dan natuurlijk altijd aan Toots Thielemans denken, maar de muziek van Deurloo is minstens zo interessant en ieder geval wat meer eigentijds. In combinatie met het geluid van pianist Erik Verwey, bassist Hendrik Müller en drummer Daniel van Dalen levert het een prachtig energiek album op. Te beginnen met 'Trepidation', op het scherpst van de snede. Al even energiek gaat het eraan toe in 'An Encounter', mede dankzij mooie solo's van zowel Müller als Van Dalen. In de ballade 'What Do You See' [te zien in de Jazztube hieronder] is het aansluitend met name Deurloo die schittert met kristalheldere, maar o zo subtiele noten. Overigens geldt de aanduiding 'ballade' louter voor het eerste deel, verderop brengt dit kwartet er weer de vaart in. Verderop denk ik ineens The Beatles' 'Norwegian Wood' te horen, maar het blijkt Deurloo in 'Mother’s Lament', de overeenkomst is treffend. In ieder geval een lekker vlot nummer, iets dat ook geldt voor 'Frisk For Two' en 'Keep On Chasing'. Prachtige ballades treffen we ook aan met 'Winter' en 'A Gloomy Undertaking'. Met name in dat eerste nummer aansprekende bijdragen van Deurloo en Verwey. Buiten deze stukken, allemaal van Verweys hand, bevat het album één klassieker: 'Love Theme from "Spartacus"' van Yusef Lateef. Met Deurloo in de rol van de saxofonist, een prima alternief. Labels: cd, Daniel van Dalen, Erik Verwey, Hendrik Müller, Hermine Deurloo (Ben Taffijn, 9.6.24) - [print]
- [naar boven] Je hebt een groep van top-improvisatoren uit vijf landen die elkaar kennen van de Amsterdamse scene en met enige regelmaat op en rond de bergtoppen van de randstad te vinden zijn. De Dutch Mountain Tribe - die naam ligt wel erg voor de hand. Zelf kreeg ik bij de massieve beat van drummer Mees Siderius inderdaad associaties met bergwandelingen. In kalme, maar gestage cadans, licht voorovergebogen vanwege de rugzak en het klimmateriaal. Als om het landschappelijke van zijn spel te benadrukken had Siderius zijn trommels tussen en bovenop een soort berkenbosje geplaatst. Met swing in de gebruikelijke betekenis had zijn spel niet veel te maken. Eerder hoorde ik er het pompeuze ritme in van de Engelse progrockbands van rond 1970. King Crimson en zo. Mijn Franse vrienden zouden zeggen, "ça swingue comme un pot de yaourt." Het orkest, drie blazers, drie snarenspelers en de drummer, was in het zwart gekleed met daaroverheen een soort roomse grijze stola's. Het gebrachte smaakte naar oersoep waarin solisten kortstondig hun koppen opstaken, bij wijze van toegevoegde specerijen. Als drenkelingen op de woelige baren, wanhopig roepend om hulp, zou je met lichte overdrijving kunnen zeggen.
De groep bestaat sedert afgelopen najaar en won reeds de Keep an Eye Award 2023. 'De muziek zit vol energie en opwinding en we kunnen niet wachten om te horen hoe de plaat gaat klinken,' schreef de jury. Welnu, de cd, op ZenneZ, is inmiddels klaar. Zodat u in uw luie stoel mee op expeditie kunt met het Nederlandse bergvolkje. Foto's: Willem Schwertmann Labels: cd, Dutch Mountain Tribe, Giuseppe Doronzo, Koen Boeijinga, Mees Siderius, mei24 (Eddy Determeyer, 6.6.24) - [print]
- [naar boven] Concert De free jazz deed zijn intrede in Europa in de tweede helft van de jaren 60 van de vorige eeuw. Van al die musici die deze nieuwe stijl van musiceren omarmden zijn er, inmiddels zo'n zestig jaar verder, niet meer zo heel veel onder ons. Maar tot die steeds kleiner wordende groep - vorig jaar ontviel ons nog een van de meest bekende, Peter Brötzmann - behoort zonder meer de pianist Alexander von Schlippenbach. In 1966 formeerde hij een van de meest beroemde gezelschappen binnen de Europese vrije improvisatie, de Globe Unity Orchestra, en in 1968 stond hij mede aan de wieg van FMP, een gezaghebbend platenlabel van deze belangrijke stroming in de jazz. Vele albums en optredens zouden in de jaren daarna volgen, een lijn die in ieder geval doorloopt tot deze woensdag, toen Von Schlippenbach in het Bimhuis te horen was met klarinettist Rudi Mahall, een generatie jonger en drummer Dag Magnus Narvesen, twee generaties jonger. Hij is wat moeilijk ter been, maar verder zie je die zesentachtig jaar er bij Von Schlippenbach niet van af. En horen doe je het, zodra hij achter het klavier heeft plaatsgenomen, al helemaal niet. Anderhalf uur gaat het, met na een uur slechts één korte onderbreking, non-stop door. Alles in die door hem zo gekoesterde stijl van spelen, op de grens van ritmiek, melodie en abstractie.
Verderop in datzelfde uur verrast Von Schlippenbach ons andermaal met een indringende solopassage, waarin Mahall de tijd krijgt om zijn klarinet gereed te maken. Met hoog spel glipt hij naar binnen, waarna de ritmiek er weer in sluipt dankzij piano en drums. Mahall valt ook nu weer op door zijn experimentele spel, waarbij genoeg te associëren valt. Zo hoor ik ratelende machines, een volière in de stress, een jankende kat en een op hol geslagen alarm. Intussen blijven Von Schlippenbach en Narvesen hem van brandstof voorzien, waarna Narvesen eindelijk eens mag soleren op zijn Bimhuis-drumstel. Aansluitend pakken de drie musici de draad gewoon weer op: wederom tijd voor een serie onbegrensde abstracties, waarin Mahall weer overstapt op de basklarinet, prachtig ingebed in het werk van zijn beide kompanen. En hoor ik daar 'Tea For Two'? Het heeft er alle schijn van, Mahall lacht in ieder geval alsof hij op iets ondeugends betrapt is. Eindelijk mogen we applaudisseren, we zijn bijna een uur op weg. De rust is echter van korte duur. Narvesen opent met een overdonderende drumsolo, met bijzondere geluiden door het koperen schaaltje gelegen op de floortom te bespelen. Een tribale ritmiek kenmerkt deze vurige solo. Overigens niet leidend tot een hectisch vervolg, maar juist tot een vrij ingetogen klankspel, waarbij Von Schlippenbach zich onder de klep begeeft, trekkend aan de snaren, en ook Mahall subtiele klanken produceert, zeker voor zijn doen. Het is pas verderop en heel geleidelijk dat de spanning weer oploopt en er meer dynamiek in het spel komt en de drie musici wederom tot meer experimentele uitingen komen. Hoogtepunten in dit laatste krappe half uur zijn zonder meer Narvesens derde solo, als rollende donder, aangevuld met een enkel akkoord van Von Schlippenbach en die dynamische triopassage waar dit tweede deel mee afsluit. Foto's: Dirk Jochmann & Cees van de Ven Labels: Alexander von Schlippenbach, concert, Dag Magnus Narvesen, mei24, Rudi Mahall (Ben Taffijn, 3.6.24) - [print]
- [naar boven] Lees verder in het archief...
|
Archief
Artikelen Cd-recensies Concertrecensies Colofon Festivalverslagen Interviews Jazz in memoriams Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken? |