Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd's
Euripides Dionysiadis - 'Aegean Suite'

eigen beheer, 2022
I Compani - 'Tempoo'
Icdisc, 2022 | Opname: 13-17 april 2022
Jazz Orchestra Of The Concertgebouw - 'Threnody'
Challenge, 2022 | Opname: 31 oktober, 1-2 november 2021

Bigbands zijn er in alle soorten en maten. Vandaag drie cd's van bands van eigen bodem. De Griekse bandleider en componist Euripides Dionysiadis, residerend in Rotterdam, schreef met 'Aegean Suite' een prachtige ode aan de Egeïsche zee, I Compani pakt na corona eindelijk weer eens breed uit met 'Tempoo' en het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw speelt op het bij Challenge Records verschenen 'Threnody' de muziek van pianist en componist Jim McNeely.

Het was de herinnering aan de Egeïsche zee die Dionysiadis niet alleen inspireerde, maar ook overeind hield toen hij tijdens corona vastzat in zijn Rotterdamse appartement. Mooi is dat bij ieder deel van deze suite - vier in totaal - een verhaal hoort, door de componist opgetekend in het boekje bij deze fraai vormgegeven cd. Daar wordt ook duidelijk dat de vijftien musici nergens allemaal tegelijkertijd te horen zijn, ieder deel kent zijn eigen klankkleur. Het begint met 'Earth And Water', waarin Dionysiadis op het eiland Amorgos gemaakte veldopnames verwerkt. Er is ook een andere kant: juist deze zee wordt steeds vaker door vluchtelingen gebruikt om naar Europa te komen, een gegeven waar 'The Boy With The Suitcase' over handelt. Een indrukwekkend stuk, met name door de bijdragen van basklarinet, strijkers en Dionysiadis' eigen elektronica. 'What We Leave Behind' gaat over een ander probleem waar de zeeën mee worden geconfronteerd: plastic afval. Middels prachtig ingetogen blazerslijnen geeft Dionysiadis hier vorm aan. Het laatste stuk is het uit drie delen bestaande 'Lefkes' en is het meest persoonlijke. Dionysiadis bracht een gelukkige tijd door op het eiland Amorgos, zoveel wordt hier wel duidelijk.

De muziek die I Compani maakt, lijkt in niets op die van de bigband van Dionysiadis. Waar die hedendaags gecomponeerd combineert met jazz, kiest I Compani, onder leiding van Bo van de Graaf, zonder voorbehoud voor het laatste. En dan jazz van het overdadige, theatrale soort. Dat op dit album composities als 'De Sprong O Romantiek Der Hazen' van Misha Mengelberg en 'JoJoJive' van Guus Janssen klinken, naast stukken van Nino Rota, Giuseppe Verdi en Van de Graaf zelf, behoeft dan ook niet te verbazen. Die combinatie van jazz, circus, variété en film, waar het ICP Orchestra zo beroemd door werd, horen we ook in dit orkest terug. Hooguit is hier de invloed van de Italiaanse film sterker aanwezig. Muziek kortom waar je je onmogelijk bij kunt vervelen, mits het goed gespeeld wordt. Welnu, ik kan u verzekeren, dat is hier geen enkel probleem. De musici hadden er duidelijk weer zin in tijdens deze twee concerten, het speelplezier spat ervan af. Alleen al die heerlijk vette trombonesolo van Arjen Reeser in het tweede deel van Van der Graafs 'Maar Nooit Vergeten (...Don't Forget)', waarna we Van de Graaf verderop zelf horen, zegt al genoeg. Typisch voor I Compani zijn stukken als 'Il Duca Di Württemburg' van Nino Rota, waarin alle gekte en speelplezier op perfecte wijze samenkomen en 'JoJoJive' van Guus Janssen, waarin ineens het thema van 'Rawhide' klinkt. 

Van de drie bigbands klinkt het Jazz Orchestra Of The Concertgebouw het meest als een orkest. Dat ligt niet zo zeer aan de grootte - met veertien musici is het niet echt veel groter dan I Compani - maar wel aan de stijl waarin dit orkest werkt: echte bigbandjazz. En McNeely blijkt de ideale componist, arrangeur en dirigent voor dit orkest. We starten met het lekker felle 'The Race To Nowhere', een van de stukken die McNeely componeerde en waarin zowel prachtige orkestpassages zitten als twee heerlijke solo's: op tenorsax horen we Sjoerd Dijkhuizen, op trombone Ilja Reijngoud. En ook verderop vinden we mooie dynamische stukken, het stomende 'Un Cri De Coeur' met aantrekkelijke blazersbewegingen en 'Martijn's Thing', met een grote rol voor drummer Martijn Vink, die McNeely al zo'n twintig jaar kent. Maar wellicht komt de prachtige klank van dit orkest nog wel het meest tot zijn recht in de rustigere stukken, zoals dat ingetogen 'Just Trying To Smile', overigens met een mooie solo van altsaxofonist Jasper van Damme en McNeely's arragement van de klassieker 'My Foolish Heart', met nu Marco Kegel op altsax. Ingeklemd tussen meeslepende bluesstukken als 'Pyramid Scheme' en het titelstuk 'Threnody' vinden we 'Old School', een stuk waarin McNeely zijn grote voorgangers en voorbeelden eert, musici als Art Blakey en Count Basie. Want daar komt het uiteindelijk natuurlijk allemaal vandaan.

Labels: , , ,

(Ben Taffijn, 12.1.23) - - [naar boven]


Lees verder in het archief...








Menupagina's:






Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.