Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Geschiedenisles met de Dutch

'Ministry of Jazz' door Dutch Swing College Band & gasten, dinsdag 5 april 2022, De Meenthe, Steenwijk

In feite keert de Dutch Swing College Band met zijn programma 'Ministry of Jazz' weer terug naar zijn oorsprong. Want toen het orkest in 1945 werd opgericht was het onderwijs in jazzmuziek een van de doelstellingen. Vandaar dat 'College'. Dat klasje is nooit echt van de grond gekomen. Al snel hadden de muzikanten zoveel optredens en tournees dat de andere activiteiten (er waren ook plannen voor een eigen studio) moesten worden afgestoten.

Met 'Ministry of Jazz', dat ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan (de coronajaren rekenen we nu even niet mee) door het land gaat, wil de band een overzicht geven van de ontwikkeling van de klassieke jazz. Daartoe was trompettist en componist Menno Daams aangetrokken. Hij schreef voor de gelegenheid de '2020 Rag' en verzorgde de inleiding, met geluidsfragmenten en afbeeldingen van de pioniers. Zoiets kun je wel aan hem overlaten. Kleine kanttekening: de vroegste jazzbands in New Orleans (waarvan geen plaatopnamen bestaan) hadden vermoedelijk een meer orkestrale stijl dan een polyfone, solistische inslag. New Orleans was in de negentiende eeuw een garnizoensstad en marinebasis, met vrijwel dagelijkse parades van militaire kapellen. Daarnaast was er de traditie van de Franse salonmuziek door kleine snaarensembles. In de ragtimemuziek van die tijd hoor je die invloeden eveneens terug.

Ook de informatie van Koen Schouten, muzikant en auteur, die als spreekstalmeester optrad, was zinnig en zinvol. Hij had het archief van de band doorgespit en was daarbij gestoten op krantenartikelen uit de periode 1956-57. Dat waren de dagen van de film 'Rock Around The Clock' en optredens van het DSC werden regelmatig verstoord door al te enthousiaste vetkuiven. Wist ik niet. Ik bedoel, dat maak je niet zo vaak mee, dit soort toelichtingen die de dingen zo mooi op een rijtje zetten.

Het Dutch Swing College heeft in de loop der tijden sterke en zwakke periodes gekend. Logisch. De formatie zoals die momenteel op de planken staat is zeker niet een van de minste. De individuele muzikanten zijn, zoals we mogen verwachten, eersteklas. Dus toen trombonist Bert Boeren met de karakteristieke lange omhoogglijdende slur de herkenningsmelodie 'Way Down Yonder In New Orleans' inzette waren de verwachtingen hooggespannen. De aanwezigen waren voor een deel ouder dan het orkest zelf. Het eerste hoogtepunt was de oude getrouwe 'Dog House Blues', waarin de band qua cohesie en kleurenpracht het legendarische John Kirby Sextet benaderde. Van mij mogen ze meer van dit soort juweeltjes spelen. En van mij mag trompettist Keesjan Hoogeboom vaker breaks blazen zoals in 'I'll Fly Away'.

Als gasten had het orkest trompettist en zanger Leroy Jones en drummer Adonis Rose (New Orleans) uitgenodigd, plus Eiji Hanaoka (klarinet, Japan) en Puthorn Srikaranonda (saxofoons, Thailand). Jones dwong al gelijk respect af met een vertolking van 'When It's Sleepy Time Down South', de herkenningsmelodie van Louis Armstrong. Daarbij probeerde hij de grote man nu eens niet te imiteren, qua zang en qua trompetspel. Dat mag wel in de krant.

Zo kwam Hanaoka griezelig dicht bij zijn idool Benny Goodman en klonk Srikaranonda op altsax als een soort getemde versie van Pete Brown en op bariton als een verre neef van Harry Carney. De saxofonist speelde ook een compositie van Dhru Chaoyuhua Bhumpipol Adale, beter bekend als koning Bhumibol (1927-2016), heerser over Thailand. Die zelf een partijtje saxofoon speelde en graag met internationale gasten als Benny Goodman mocht jammen (voor het overige was de reputatie van sire niet echt vlekkeloos).

Foto's: Hammie van der Vorst

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 9.4.22) - - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Menupagina's:







Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.