Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd's
Vicente/Brice/Sanders - 'Unnavigable Tributaries' (MulitKulti Project, 2020)

Opname: 20 mei 2019
Rubicon Quartet - 'Goes Without Saying, But It's Got To Be Said' (JACC, 2020)
Opname: 19 juli 2020
In Layers - 'Pliable' (FMR, 2020)
Opname: 17 mei 2018

De ook in onze contreien bekende Portugese trompettist Luís Vicente timmerde in het voorbije jaar behoorlijk aan de weg. Niet alleen verscheen er het soloalbum 'Maré', dat door collega Cees van de Ven hier enthousiast werd besproken, ook verschenen 'Unnavigable Tributaries', dat Vicente opnam met bassist Olie Brice en drummer Mark Sanders, en 'Goes Without Saying, But It's Got To Be Said', dat hij maakte met saxofonist John Dikeman, bassist William Parker en drummer Hamid Drake. Tot slot verscheen 'Pliable', een nieuw album van In Layers, dat Vicente vormt met gitarist Marcelo Dos Reis, pianist Kristján Martinsson en drummer Onno Govaert.

Op 'Unnavigable Tributaries' klinkt Vicente vaak opvallend lyrisch. In opener 'Côa' bijvoorbeeld, al kruidt hij ook hier zijn spel regelmatig. Overigens net als in 'Tua', waar we Sanders en Brice hermetisch ritmische patronen horen produceren, terwijl Vincente zich op zijn trompet op creatieve wijze tussen melodie en abstractie beweegt. Ze sporen elkaar hier duidelijk aan tot grote hoogte. Dat Sanders een meer dan bijzondere drummer is, merk je in de razende solo in ditzelfde stuk. Bijzonder is ook Vincentes klank in 'Sabor'. De hoge klank, duidelijk veroorzaakt door het gebruik van een demper, en het wah-wah effect maken dit tot een zeer boeiend stuk. Bijzonder zijn ook zeker de zeer experimentele stukken 'Corgo' en 'Tavora', die zijn soloalbum weer in herinnering roepen. Vincente bespeelt zijn trompet hier afwisselend zeer onorthodox en op wat meer traditioneel melodische wijze, mede dankzij de wederom ritmische structuur, die uitmondt in twee krachtige stukken.

Een deel van het kwartet Vicente-Dikeman-Parker-Drake kennen we reeds. Dikeman maakte met Parker en Drake het prachtige 'Live At La Resistenza' en in 2019 waren ze nog te horen bij Sound In Motion. Naar aanleiding van het concert merkte ik op: 'Ook deze set, maar dat is dan ook onderhand het handelsmerk van dit trio, is van een meer dan aanstekelijke ritmiek. Vooral bassist Parker is als geen ander in staat om met heel weinig klank zeer ritmisch te spelen. Drake doet daar geenszins voor onder, al heeft hij wel iets meer nodig om hetzelfde doel te bereiken'. Op 'Goes Without Saying, But It's Got To Be Said' - ook de weerslag van een liveconcert, maar nu van juli 2020 - kunnen we hetzelfde etiket plakken. Constant is hier sprake van dat stomende ritme, waar vooral Parkers bas debet aan is en wat voor de twee blazers de perfecte voedingsbodem vormt voor de meest dwarse solo's denkbaar. Een prachtig moment zit net voorbij de helft van de '1st Sentence'. Het ritme is dansbaar en de twee wisselen elkaar af met enthousiaste, kruidige solo's. Na een smaakvol en harmonieus '2nd Sentence' horen we Drake zingen in '3de Sentence', op rustiek basspel van Parker. Hier worden allereerst de Afrikaanse wortels van de jazz geëerd, gevolgd door een lucide klankspel waarin trompet en tenorsax elkaar prachtig afwisselen.

Vincente mag ook 'Pliable' openen. Het eerste nummer 'Supple' vangt aan met een zeer aangename, ingetogen solo, waarin melodisch materiaal wordt afgewisseld met indrukwekkende klanksculpturen. Dos Reis, Martinsson en Govaert horen we zacht op de achtergrond. Het verdere verloop is al even ingetogen en vol akoestische verrassingen. In 'Malleable' valt vooral het dwarse staccato gitaarspel van Dos Reis op, waar Vicente verderop overigens prachtig op aansluit. Al even grillig is het pianospel van Martinsson in 'The Whippy', even later uitmondend in een enthousiast duet met Dos Reis. En ook hier weer een prachtig melodieuze solo van Vicente, overigens wederom voorzien van dat ruwe randje en doorsneden door Govaerts duistere slagen. En slaat 'Elastic' op Vicente's trompet? Hij klinkt hier in ieder geval alsof hij hem binnenstebuiten heeft gekeerd. Schurend, ploppend en proestend werkt hij zich hier door de noten heen, geflankeerd door zachte klanken van zijn kompanen. Na het vrij ritmische 'Ductile' horen we het kwartet tot slot in het verstilde 'Pilant'. Ook hier is het vooral het gitaarspel van Dos Reis dat opvalt, geflankeerd door de droge slagen van Govaert.

Labels:

(Ben Taffijn, 3.1.21) - - [naar boven]


Lees verder in het archief...







Menupagina's:




Blijf in de picture met
een gratis jazzbanner!


































Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Pelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.