Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Masterclass
Hiphopgeschiedenis met Rich Medina

woensdag 30 januari 2019, VERA, Groningen

Met rapmuziek maakte ik kennis toen ik voor de eerste keer in New York was, in '81. In de Ritz, een schitterende art-deco ballroom waar, zo stelde ik me voor, in de jaren dertig de orkesten van Paul Specht en Ray Miller kind aan huis waren, maakte ik een 'Night of Rapture' mee. Met Grandmaster Flash and the Furious Five, de Sugarhill Gang, de meidengroep Sequence en zelfs een rappende buikspreekpop. Ik was zwaar onder de indruk. Helemaal toen pal naast me een meiske bezwijmde. Uit volle borst scandeerde ik "Don't push me / 'Cause I'm close tot the edge / I'm trying / Not to lose my head."

Nieuwe muziek, dacht ik, met draaitafeltovenaars en een wonderlijk soort spreekzang. Maar toen ik nog eens goed in mijn geheugen roerde herinnerde ik me het cassettebandje van The Last Poets, dat ik in '68 had gehoord. Het vroege, vooroorlogse repertoire van het Golden Gate Quartet kwam bovendrijven en ook bepaalde hits van zanger/saxofonist Louis Jordan. Ik realiseerde me dat The Dozen, het spelletje waarbij de opponenten elkaars ego's en met name mama's door het slijk haalden, nog een stuk ouder was. Ook in de moves van de B-Boys herkende ik elementen van het zwarte eccentric dancing en de Lindy Hop, uit de jaren dertig en veertig.

Dat alles kwam eigenlijk niet aan de orde in het college 'Hip Hop Origins', dat Rich Medina in VERA gaf, de club voor de internationale pop-underground. Medina, die al jong lid was van Afrika Bambaata's Universal Zulu Nation, doceert tegenwoordig hiphop aan Cornell University in New York. Zijn universitaire curriculum van vijftien weken had hij in Groningen gecomprimeerd tot een uur. Als DJ Lil' Ricky verkreeg hij street credibility, hij is een makkelijke prater en maakte duidelijk dat er maar één plek was waar de nieuwe zwarte jeugdcultuur kon ontstaan: de South Bronx. Een plek waar rond 1970 brandstichting door huiseigenaren die verzekeringspenningen wilden opstrijken aan de orde van de dag was. Waar stadsarchitect Robert Moses, dezelfde die New York zijn 'projects' had geschonken, de flats met ingebouwde armoede, en in de jaren vijftig en zestig de Cross Bronx Expressway realiseerde. Die snelweg maakte een eind aan een bloeiende multiculturele samenleving, vergelijkbaar met het effect van de I-10, die in New Orleans dwars door Treme werd aangelegd. Op de puinhopen van het stadsdeel ontstonden de bendes met hun sterke wijkbesef, de messen, de guns. Maar ook nieuwe underground cultuuruitingen. Bij de Hispanics was dat salsa, bij de Afrikaans-Amerikanen rap.

Kool Herc was vermoedelijk de eerste turntablist. Op twee draaitafels liet hij twee identieke lp's of singles lopen en de breaks, de stukjes met alleen drums en eventueel bassen, laste hij met een mixer aan elkaar, waarmee hij ruimte creëerde voor de B-Boys en hun dansskills. Medina maakte aannemelijk dat het allemaal was begonnen op 11 augustus 1973, in 1520 Sedgwick Avenue. Het feest heette de Back to School Jam en DJ Kool Herc (Clive Campbell) onthulde er zijn nieuwe draaitafeltechniek. Daarbij werd hij geassisteerd door Coke La Rock, die over de beats rapte en daarmee de eerste MC was. Mom Campbell serveerde snacks en pa had bij de groothandel bier en limonade gehaald. Tot de gasten behoorden Grandmaster Flash, Afrika Bambaata en KRS-One.

Opmerkelijk was dat zowel Herc als Flash en Bambaata Jamaicaanse achtergronden had. Het 'toasten', zingen over reggaenummers door DJ's was al langer en vogue in Kingston. Vervolgens introduceerde Grand Wizzard Theodore (Theodore Livingston) het ‘scratchen’, waarbij een plaat met de hand heen en weer werd bewogen, wat een ritmisch effect tot gevolg had.

Rich Medina wees ook op de rol die Sylvia Robinson met haar label Sugarhill Records in de ontwikkeling van het genre heeft gespeeld. Hij noemde haar een mislukte zangeres, maar dat lijkt mij toch een tikje te weinig eer. Met gitarist Mickey Baker nam 'Little Sylvia' in 1956 het nummer 'Love Is Strange' op, een gigantische R&B-hit. Later, in 1970, scoorde ze nog eens met 'Pillow Talk'.

Medina maakte ook duidelijk dat hij niet zoveel opheeft met de huidige generatie hiphopartiesten. Van die gasten die behangen met blingbling ter waarde van driekwart ton en omringd door een zestal bolle bodyguards hun nummertje komen zingen. Die ouwe rappers timmerden er zelf op los wanneer dat zo uitkwam.

Klik hier voor foto's van deze avond door Bob de Vries.

Labels:

(Eddy Determeyer, 5.2.19) - - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.