Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd's
Michael Moore Fragile Quartet - 'Live In Chicago' (Ramboy, 2016)

Opname: 19 april 2014
Michael Moore - 'Felix Quartet' (Ramboy, 2016)
Opname: 22 augustus 2014

Twee recente albums van rietblazer Michael Moore laten horen wat een veelzijdig vakman deze musicus is. Want de twee kwartetten waar Moore in speelt verschillen van elkaar, mede door zijn medemusici, als dag en nacht. Zo melodieus en ingetogen als het Fragile Quartet klinkt, zo dwars en onstuimig gaat het eraan toe bij het Felix Quartet.

In het Fragile Quartet vinden we naast Moore, op beide albums op klarinet en altsax, drie meesters in het zachte en ingetogene: pianist Harmen Fraanje, bassist Clemens van der Feen en slagwerker Michael Vatcher. Opener 'Tryptich' op het live in Chicago opgenomen album zet direct de toon. Dit is zeer melodieuze en zorgvuldig opgebouwde kamerjazz. Opvallend is hier de hammer dulcimer die Vatcher hanteert, met zijn metalige geluid dat wel wat weg heeft van de klavecimbel. En natuurlijk het geluid van Moore. Weinig klarinettisten hebben zo'n prachtige warme en ronde toon als Moore. Hier zet hij hem vol in. Moore is een troubadour, een verhalenverteller, hij zingt met zijn instrument. En misschien wel nergens zo mooi als in 'A Wall / Shrink'. Met speelse, bewegelijke klanken, als in een dans. Wat Moore kan op zijn klarinet en sax, kan Fraanje op piano. Ook hij is een verhalenverteller, getuige 'Boogie Man'. En ook hij zoekt het graag in de fijnzinnige nuance en de fraaie toon. Verderop in het nummer mogen we overigens ook de ingetogen kunsten van Van der Feen uitgebreid bewonderen. Een ander hoogtepunt is het heerlijk deinende 'Sonora', waarop andermaal Moore's warme klarinetgeluid de aandacht vraagt, naast Fraanje's puntige pianospel.

Bij het Felix Quartet waait een wat andere wind. Gezien de bezetting is dat ook niet meer dan logisch. Vatcher is wederom van de partij, maar die heeft al vaker bewezen net zo veelzijdig te zijn als Moore. Verder treffen we Wilbert de Joode op bas en Wolter Wierbos op trombone, beiden musici die de meer experimentele vormen van improviseren hoog in het vaandel hebben staan. Het klinkt hier dan ook allemaal wat minder gepolijst, wat minder fijnzinnig. Hier wordt onderzocht, verkent. En dat kan tot een mooie melodie of een mooi ritme leiden. Dat kan, maar evengoed gebeurt dat niet, dan leidt het zoals in het eind van opener 'Ramses' tot weirde capriolen van Wierbos, of tot een soort van vreemd vertraagd klinkend orkest in 'A Drubbing'. Of tot hondengehuil in - ja, hoe kan het ook anders - 'Big Dog'. Maar hier klinkt ook de blues, zo'n vette meedein-blues. Die blues zit ook in 'Cry', maar dan meer als gevoelswaarde. Ach, wat janken de blazers hier lekker...

Labels:

(Ben Taffijn, 6.6.17) - - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Zoeken op Draai:


web deze website

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
Belgiƫ
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.