Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Cd
Various artists - 'The Rough Guide To The Music Of New Orleans' (Music Rough Guides/Music & Words, 2012)


Aan deze twee schijfjes heb je gegarandeerd genoeg voor een compleet feestje, van de sherry tot het moeizaam bij de positieven komen op de koude canapé. Het volk, heb ik gemerkt, wil niets anders meer zo gauw het de eerste track heeft gehoord.

'The Rough Guide' geeft een ruw beeld van de New Orleans-funk, vanaf Jessie Hills 'Ooh Poo Pah Doo' uit 1960 tot het geluid van vandaag. Met de nadruk op de scene zoals die zich thans manifesteert in Tipitina's, in de Maple Leaf Bar, in DB's. Zeker, de muziekgemeenschap heeft een gevoelige knak gekregen van Katrina, maar New Orleans heeft in het verleden al hetere vuren doorstaan. Niet eens zo gek lang geleden huppelde ik weer blij van zin achter de Treme Brass Band, in de gelijknamige wijk.

Als je alle muziek op deze dubbel-cd onder één noemer zou moeten vangen, zou dat 'feest' zijn. Dat aspect was altijd al kenmerkend voor de muziek in de Crescent City. Voor de ragtime en vroege jazzmuziek van dik honderd jaar geleden gold dat, maar a fortiori voor de zwarte straatorkesten. Daar komt dat funky second line-ritme uiteraard vandaan. Er bestaat ontmoedigend weinig geluidsmateriaal van vooroorlogse brassbands, maar dáár hoor je al de clave-ritmes die veertig, vijftig jaar later de jukeboxen zouden gaan domineren.

De toonaangevende groep van de jaren zestig en zeventig was The Meters en in hun hit 'Look-Ka Py Py' voel je inderdaad het diepe funky latinritme. Earl Kings 'Street Parade – Part 1' kun je op je feestje gerust een tijdje op de repeat zetten. Ook de laatste twitteraars en systeembeheerders kunnen nu niet langer stilzitten. De geschiedenis van de Black Indians gaat terug tot de cultuur van de slaven die in de achttiende en negentiende eeuw naar de indianen in de moerassen en de wouden vluchtten. In het recente verleden kon de muziek van die Black Tribes nog wel eens ontaarden in incoherent geschreeuw en getrommel. Niets van dat alles bij Big Chief Monk Boudreaux. Meer dan één pijl heeft de grote hoofdman niet nodig om midden in de funkroos te schieten.

'Zulu King' van de gebroeders James en Troy Andrews dateert van 2004, toen Troy nog echt een beetje Trombone Shorty was. Het staat me vaag bij dat ik hem in 1992, toen hij - zes jaar oud - al een band had, in de stad aan het werk heb gezien. Inmiddels is deze kleinzoon van Jessie Hill de bekendste bandleider van New Orleans en verre omstreken. Paplepel en zo. Verwacht van Papa Grows Funk ('Soul Second Line') de juiste Treme-stemming en datzelfde geldt voor de New Orleans Nightcrawlers ('Hold ’em Joe'), die onbekommerd feesten en daarbij ook nog eens messcherpe collectieven blazen. De Engelse pianist en zanger John Cleary, die na een bezoek aan een oom in New Orleans in de stad is blijven plakken (een serieus gevaar), is meer op de softsoul-toer. Beetje richting Steely Dan. Los Hombres Calientes zoeken het bewust richting wortels van de roots, het ritme van Haïti. Moet ik verder gaan?

De tweede cd bevat uitsluitend materiaal van Dumpstaphunk, de groep van de volgende generatie Nevilles. Er wordt wel gezegd dat zij de Meters van de jaren tien gaan worden, maar dat lijkt mij een wat voorbarige claim. Ook al gezien het niveau van de overige bands. Maar ze spelen inderdaad moddervet. De nadruk ligt evenwel op de zang en dat was bij The Meters niet het geval. Ook protestsongs staan op het repertoire van Dumpstaphunk, liedjes die de Staple Singers 'message songs' zouden noemen.

Het dansende zootje zal het worst wezen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 18.8.12) - - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Zoeken op Draai:


web deze website

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.