Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




The Jazztube
Charles Mingus - 'Flowers For A Lady'


Charles Mingus' comeback begin jaren zeventig was het gevolg van een aantal financiële debacles, niet in de laatste plaats het op de fles gaan van de platenmaatschappij die hij samen met Max Roach bezat, Debut Records. Ook het overwinnen van een depressie, deels verwerkt door zijn semi-fictieve autobiografie 'Beneath The Underdog' te schrijven, sterkte de man die bekend stond als een gewelddadige en onhandelbare brokkenpiloot om terug te keren.

Mingus' ambitie om zoals Ellington een stabiele band vast te houden, heeft veel te lijden gehad onder zijn karakter. Alleen al het feit dat hij Jackie McLean met een stoel het podium afmepte, moet aardig wat mensen hebben afgeschrokken. Tot zijn verdediging moet worden gezegd, dat McLean hem met een mes bedreigde en vol heroïne zat. Maar dat hij trombinist Jimmy Kneppers embouchure aan gort sloeg omdat Knepper niet naar behoren speelde, kan nauwelijks goede reclame genoemd worden. Zeker niet als dit in een volle concertzaal gebeurt.

Uiteindelijk was Mingus er in 1964/1965 wel klaar mee. Toen hij rond 1970 een nieuwe band begon, waren veel van zijn voormalige medewerkers niet meer beschikbaar. Eric Dolphy en Booker Ervin waren dood, Knepper durfde een tijdlang niet meer en Jaki Byard werd door Mingus ongeschikt verklaard. Het gevolg was dat er een hele nieuwe generatie muzikanten werd gerecruteerd, die zich stuk mochten bijten op het bizarre repertoire van wat toch een genie was. George Adams, Don Pullen en Hammiet Bluiett zijn hier voorbeelden van. De enige stabiele factor in deze band was, naast Mingus, oudgediende drummer Dannie Richmond.

Aangezien de nieuwe recruten van een andere generatie waren, klonk de muziek heel anders. Adams en Bluiett waren veel minder dan Dolphy of Ervin door de gelederen van de beboppers omhoog gekomen. Ze hadden meer weg van de energieke aanpak van Archie Shepp of Albert Ayler en worden tegenwoordig gezien als voorlopers van de New Yorkse loft-scene, waarvan David Murray de bekendste exponent is. De muziek klonk indringend en woest, maar was melodisch en harmonisch minder interessant. Mingus zelf klaagde dat hij liever George Coleman had gehad.

Toch was deze band, met name live, een veelkoppig monster om van te genieten. Het betrekkelijke gebrek aan vingervlugheid wordt door beide saxofonisten goedgemaakt met een bizarre blaastechniek. Met name Bluiett verzekerde met dit soort optredens zijn reputatie voor het mangelen van de baritonsaxofoon. Veel van de noten die hij speelt, zitten in een register dat zelfs nog boven de altsax ligt en dus ver buiten zijn normale bereik. Een aantal live-opnamen, met name dat in Carnegie Hall, 1974, laat horen hoe goed de band is. Toegegeven: daar komen wat veteranen opdraven en Roland Kirk steelt de show, maar het laat horen dat Mingus nog volop in leven was, zelfs als er alleen maar Ellington gespeeld werd.

Aan het hoofd van een nieuwe ritmesectie zette Mingus de boel goed op stoom en je zou hopen dat het hem nog jaren goed ging. Maar nee. Hij kreeg een spierziekte die hem verlamde en stierf in 1979. Toen hij, al in een rolstoel, door Jimmy Carter op een receptie voor jazzmuzikanten op het gazon van het Witte Huis werd omhelsd, huilde hij.

Klik op bovenstaande afbeelding om de video te bekijken en te beluisteren.

Labels:

(Sybren Renema, 24.4.10) - - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Zoeken op Draai:


web deze website

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.