Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 




Chet Baker & Stan Getz - 'My Funny Valentine' (West Wind, 2007)
Opname: 1953

Baritonsaxofonist Gerry Mulligan is in juni 1953 de leider van het populairste jazzcombo van Los Angeles en omstreken. Al bijna een jaar lang trekt hij een volle Haig aan Wilshire Boulevard. De belangrijkste attractie van het kwartet is de 23-jarige trompettist, Chet Baker. De ster van het zojuist uit het leger afgezwaaide talent is rijzende; dat jaar zouden zowel de lezers als de critici van het blad Down Beat hem tot numero uno kiezen.

Dan wordt Mulligan door de narco's opgepakt. Maar the show must go on en goede raad is duur. Het toeval wil dat elders in de stad tenorist Stan Getz met zijn kwintet speelt. Vrijdag de twaalfde? Kan-die. Hier horen we het resultaat van een gedenkwaardige ontmoeting.

Getz werkt in zijn eigen groep met ventieltrombonist Bobby Brookmeyer in een vergelijkbaar format als de combinatie Mulligan-Baker. Dat het met Chet Baker eigenlijk nog beter klikt, zegt veel over het verbluffende niveau waarop gemusiceerd wordt. De muzikanten spelen zo te horen vrijwel uitsluitend op hun oren, maar die zijn dan ook zo groot als radarschotels. Voortdurend en voorbeeldig wordt er op elkaar gereageerd; de riffjes en achtergrondjes, die de tenorist onder de soli van de trompettist legt, kunnen zó het boekje in. Soms neemt het actiepatroon de vorm van een kortstondige fuga aan, elders wordt een moment van aarzeling gerepareerd met een uitbundig interludium in contrapunt. Het einde van 'Half Nelson' is een feestje op de vierkante millimeter: om beurten poneren de blazers een korte noot, die telkens zowel een punt achter het nummer kan zijn als een uitnodiging voor een volgende reactie.

De logica en helderheid van Getz' solo's zijn van een achteloze vanzelfsprekendheid. Zijn liedjes lijken zichzelf te spelen. Daarbij is zijn geluid engelachtig puur. In het laag klinkt hij een enkele keer als een fagot. Ook de snellere bopnummers blijven relaxed en mellow. Bij de muzikanten is eerder sprake van een gezamenlijke innerlijke gloed dan van knallend vuurwerk.

Tijdens de eerste officiële platensessie van het Gerry Mulligan Quartet, in september '52, zag 'My Funny Valentine' het levenslicht. Op 12 juni kondigt Larry Bunker het met een korte roffel op de tom aan, de trompettist zet het in en prompt is het muisstil in de club. Waar een mevrouw met een lelijk hoestje twee nummers eerder nog het samenspel probeerde te saboteren, worden nu de steaks koud en de saus hard. Het bier verschraalt, het ijs smelt. Alleen de sigarettenrook kringelt traag boven de hoofden van de 85 gelukkigen die deze avond getuigen zijn van een magische ontmoeting.

Niemand die er raar van opkijkt wanneer Stan Getz in de intro van 'All The Things You Are' een song citeert die zes jaar later pas geschreven zou worden. Want dat gevoel hing er in The Haig in de lucht: fly me to the moon, jongens.

Deze recensie was eerder te lezen in Jazz.

(Eddy Determeyer, 13.9.09) - - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Zoeken op Draai:


web deze website

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.